Mijn Birgu
Toen de Local Council mij vroeg om mijn persoonlijke ervaring met Birgu op te schrijven voor deze website lag het eigenlijk voor de hand dat ik zou schrijven over de rijke historie, de lange rijen met monumenten, de restaurantjes, de jachthaven, Fort St Angelo enzovoorts. Dat zijn immers de eye catchers en de zaken waar de meeste toeristen voor komen, of niet?
Nee, wellicht toch niet. Zijn we immers niet altijd op zoek naar dat hele speciale stadje dat niet in de folders staat? Naar die unieke ervaring van bij iemand thuis binnen kijken? Een praatje met een local op het dorpsplein? Die speciale gebeurtenissen die je niet kan kopen en die je je nog lang herinnerd en die je ook aan iedereen verteld als je thuiskomt?
Als je veel reist zijn er maar weinig plekken die je je heel levendig herinnerd, waar de eerste indruk je altijd zal bijblijven.
Ik weet mijn eerste keer nog goed, nu bijna 8 jaar geleden. Ik was net in Malta komen wonen, in St Julians. Volgens de makelaar, mijn accountant, bankier en zakenrelaties was dat de plek om te wonen. Regio’s om te vermijden: het hele zuiden van het eiland en Valletta. Dus ook Birgu.
Toen ik ging rondrijden om Malta te verkennen en de Three Cities (waar Birgu deel vanuit maakt) binnenkwam leek de beschrijving wel te kloppen. Veel huizen die op instorten staan, veel mensen hangen op straat, en die mensen zien er niet al te florissant uit. Het feit dat ze op hoge toon met elkaar staan te discussieren met veel armgebaren in een taal waar je niets van bakt maakt het geheel nog indrukwekkender. De nieuwste auto die ik tegenkwam was een jaar 10 oud. De mensen keken me na in mijn duidelijk herkenbare huurauto. Was het nou wel zo handig om hier naar toe te gaan?
De eerste indruk bleek echter niets meer dan een projectie van mijn verwachtingen te zijn. Eenmaal bij Birgu aangekomen grijpt de adembenemde schoonheid je meteen. De ligging op een schiereiland in een van de mooiste natuurlijke havens ter wereld is overweldigend. Als je door de enorme stadspoorten naar de binnenstad wandelt overvalt de grootsheid je. Het feit dat bijna alle monumentale panden in verval zijn en worden overwoekerd door mos en planten vervallen volkomen. De schoonheid achter het vuil is overduidelijk.
Al wandelend kijken de inwoners je vriendelijk aan; toeristen zien ze hier amper. Ze zijn belangstellend, en hoewel velen geen Engels spreken proberen ze toch een praatje met je te maken.
Ik word uitgenodigd om bij een oud echtpaar binnen te komen en hun huis te bekijken. Trots laten ze alle beeldjes, schilderijen en de familiefoto’s zien. Je hoeft geen engels te kunnen om de warmte te voelen. Even verder zie ik een hond met zijn kop en voorpoten over een staldeur staan, nieuwsgierig om zich heen kijkend. Als ik naar hem toe ga en naar binnenkijk nodigt zijn baasje Joe me uit binnen te komen. Joe is timmerman die al 45 jaar in dit pand zijn werkplaats heeft. Het pand is een kelder in een gewelf onder het door de ridders in de 16e eeuw gebouwde ziekenhuis. Voor mij uniek om te zien, voor Joe gewoon een plek om te werken. Joe is een man van weinig woorden, zijn handen spreken voor hem. Zijn werk is overal in Birgu te bewonderen: ramen, deuren en de alom aanwezige Maltese balkons. De meeste zijn van zijn hand.
Toch enigsinds verbaasd zit ik bij Cafe Du Brasil op het plein aan de koffie: dit is niet wat ik had verwacht. Ik realiseer me ook meer: er staan hier overal planten in de straten. En de straten zijn schoon. Er is geen nieuwbouw. Geen winkelketens. Eigenlijk helemaal geen commercie. Dit is uniek.
De lijst met ervaringen is nog veel langer, maar ik schrijf ze niet allemaal op, want het gevaar bestaat dat u het niet meer geloofd. Dat de 3 gebroeders Cassar altijd bereid zijn om voor hun houtoven te poseren zult u nog geloven, maar dat ik spontaan word uitgenodigd bij een dame van een kiosk om te komen barbequen zult u niet voor waar aannemen. En toch is me dat overkomen in Birgu.
Het zal u niet verbazen dat ik nu in Birgu woon. Birgu is in de 8 jaren dat ik het ken enorm veranderd. Vele restauratie projecten zijn in gang gezet en ook af. Zo is er een jachthaven op de plek waar vroeger de ridders hun vloot hadden liggen en zijn er smaakvol ingerichte restaurants in prachtige oude panden. Er zijn wijnbars in schattige pandjes en een restaurant bestaande uit 1 kamer met uitsluitend Maltees eten. Kunstenaars, kledingontwerpers en vele buitenlanders hebben Birgu ook ontdekt en wonen er nu meet veel plezier.
Birgu heeft de lessen van de karakterloze en bomvolle betondorpen Sliema/St Julians goed geleerd: het gaat vooruit, maar met behoud van het karakter. Hier geen grote flats, maar liever kleinschalige evenementen door de bevolking zelf georganiseerd.
Ik weet inmiddels hoe trots de inwoners van Birgu op hun stad zijn. Daarom zijn de straten zo schoon, en daarom worden de planten ook door iedereen zo netjes onderhouden. Vandalisme is afwezig, iedereen kent elkaar en helpt elkaar.
Birgu is een monumentale stad waar het verleden duidelijk zichtbaar is zonder dat je daarvoor je fantasie hoeft te gebruiken. Het is of de ridders nog maar net weg zijn.
Boven alles is het een stad die leeft, geen statisch museum vol met toeristen.
De mensen van Birgu werken hard aan de vooruitgang van hun stad. Ze nodigen u van harte uit om te komen kijken, want niets zou ze met meer trots vervullen dan als u weg zou gaan met dezelfde ervaring die ik had, en eigenlijk nog elke dag heb.
Remco Slik. September 2009


























